Wie droomt er niet van om 's morgens vroeg uit te kijken over die weidse zonovergoten Afrikaanse vlaktes.

Nippend aan die pikzwarte lepel vaste hete koffie en verrast worden door deze sierlijke schoonheden die je goedemorgen wensen?

Maar in België worden we helaas wakker in een kleine stadstuin, gedomineerd door 9 immense, 12 meter hoge coniferen.

Donker, dreigend, somber, koud en kil.

De zon wordt weggedrukt.

Chamaecyparis lawsoniana, denk ik .


Toen ik nog studeerde, had mijnheer Laurand, docent plantenkennis, alle begrip voor me dat ik coniferen echt niet mooi vond en de stof dus niet meester was. Hij was vol begrip, maar correct zoals hij was, kreeg ik een nul voor het onderdeel coniferen.


Ik krijg de kriebels van die naalden, immergroen maar zo saai, zo doods, zonder de uitbundige herfstkleuren of het prille voorjaarsgroen. Nee, je moet echt niet bij mij zijn voor die kerkhofbomen.

En die coniferen worden hoog. Zo'n slordige 12 meter. Ze palmen gans de tuin in en je vindt overal die naalden tot vervelens toe.


En dan zit je samen met Patrick en Vera rond de tafel , jeugdvrienden al van in mijn apenjaren. En dan vragen ze: wat zou jij doen met die coniferen?

Weg er mee. Omhakken, opstoken maar sowieso die tuin uit.

En dan begin je te brainstormen en slaat je fantasie op hol, was het Vera, was het Patrick of was ik het? Geen idee maar we kwamen uit op alle takken eraf, ontschorsen en schilderen maar.


Jaren later discussiëren we nog steeds wie het eerst zei: we maken er giraffe- nekken van.

Nu heb ik hun tuin mogen ontwerpen en is deze heraangelegd , maar die giraffen in de tuin zijn gebleven en zeggen nog elke morgen :

Goedemorgen !!!

Giraffen In Mijn Tuin